Monniken en machtige bergen in Buila-Vânturarita, Roemenië

“We gaan hier de komende dagen waarschijnlijk niemand tegenkomen. Veel Roemenen weten niet eens van het bestaan van deze plek af”, verzekert Dan mij.
“Dus als je mij zou willen vermoorden is dit de perfecte plek?”, grap ik. We hebben inmiddels al meerdere meerdaagse wandelingen in Roemenië gemaakt, dus dit soort grappen kunnen we inmiddels wel tegen elkaar maken. Dan is de eigenaar van Outdoor Activities in Romania en brengt zo’n beetje iedere week in de bergen door.

En Dan heeft inderdaad gelijk: in de 3 dagen die we in Buila-Vânturarita doorbrengen komen we welgeteld 2 andere wandelaars, een paar religieuze mensen en een stel monniken tegen. Buila-Vânturarita is het kleinste nationale park van Roemenië. De bergtoppen zijn niet de hoogste die je in Roemenië tegen gaat komen, maar door de moeilijke bereikbaarheid, de diverse kloosters en de ongereptheid van de natuur is het een avontuur om hier te wandelen.

Lees ook: hiken in de bergen van Iezer Păpușa (voor echte avonturiers) + VIDEO

Wandelen in Buila-Vânturarita Nationaal Park

Na een rit van ongeveer 3 uur vanuit Boekarest arriveren we in Bărbătești. Vanaf hier rijden we nog een paar kilometer door om de auto te parkeren. Terwijl we over de hobbelige weg rijden komen we een moeder met een klein kind tegen.
“Het is toch geen probleem als we ze een lift geven hè?”, vraagt Dan. Ik schud m’n hoofd. Waar gaan ze naartoe? Het meisje zal niet ouder dan 6 jaar zijn. Ze praten wat in het Roemeens, maar ik versta er weinig van.
“De moeder vertelt dat ze naar het klooster in de bergen gaan. Als we ze niet hadden meegenomen hadden ze nog 7 kilometer moeten lopen tot het begin van de route.”
Ik kijk om en de moeder glimlacht dankbaar.
“Ze doen dit blijkbaar iedere week”, vertelt Dan nonchalant. Ik ben onder de indruk.

Al helemaal als ik ze de berg op zie gaan nadat we de auto parkeren. Het meisje klimt als een berggeit moeiteloos omhoog. Na een kwartier staan bij mij de eerste zweetdruppels alweer op mijn voorhoofd. Het is slechts 4 kilometer naar het eerste klooster: Patrunsa Monastery. Maar wel een uur lang omhoog. Dat zou eigenlijk geen probleem moeten zijn, maar we hebben ook voor 3 dagen aan eten en spullen mee.

Ongerepte natuur in Roemenië

Het eerste uitzicht op de bergen en het klooster is daarom des te mooier. En het feit dat het klooster alleen te voet bereikbaar is maakt het nog leuker. We leggen onze tassen in het gras en genieten even van de zon en een chocoladereep.

Daarna vervolgen we onze weg. Al is weg een mooi woord voor platgetrapt gras. Dit is wat ik zo geweldig vind aan wandelen in Roemenië: er zijn bijna nergens aangelegde, goed onderhouden wegen in de natuur. Het is een stuk ongerepter dan wandelingen die ik eerder maakte in landen zoals Duitsland, Italië en de Verenigde Staten. Maar dat maakt het soms ook wat spannender.

Lees ook: hiken in Piatra Craiului in Roemenië (van gemakkelijk tot zeer uitdagend)

“Deze plek is minstens zo steil als de bergen van Piatra Craiului”, zegt Dan. Ik slik en kijk naar beneden. Het is inderdaad erg steil. Ik krijg een flashback naar mijn ongeluk in de Roemeense bergen, nog niet zo lang geleden. Mijn handen worden klammer en ik begin te zweten. Mijn ademhaling is sneller geworden. Iedere stap is weloverwogen, waardoor we een stuk langzamer dan normaal gaan. Onbewust grijp ik regelmatig naar het lange gras. Het gras dat de vorige keer mijn redding was. Ik adem diep in en uit om tot rust te komen en kijk om me heen. Het gras ziet er haast aaibaar uit, zo op de steile bergkant. Maar het is goed om te realiseren dat de bergen ook gevaarlijk kunnen zijn.

Terwijl sprinkhanen in alle kleuren en maten voor mijn voeten springen lopen we richting het bos. Onderweg komen we een hert met een gigantisch gewei tegen. Moeiteloos klimt het dier de steile bossen in als hij ons hoort. Vanaf hier is de wandeling weer een stuk gemakkelijker naar onze eindbestemming voor vandaag: Cabana Cheia.

Zelfgebrouwen drank en pizza in the middle of nowhere

Bij aankomst zien we 2 oudere Roemenen zitten. We groeten ze en gaan naast ze op de houten bank zitten. Het zijn schoonbroers en ze schijnen dit soort trips vaker te maken. Ze stellen zich voor als Laur en Vio. Ze zijn via een andere route door de bergen naar de hut gefietst. Ik kijk van hun goed gevulde buiken naar de bierblikjes op tafel. Het klinkt oppervlakkig, maar… hoe hebben ze dat dan gedaan? Ze zien er niet bijster sportief uit. Een van hen schuift mij een flesje toe. Op het label staat dat het een energiedrankje is.
“Zelf gemaakt”, zegt de man trots en hij wijst naar zijn schoonbroer. Ik neem een slok. Het smaakt naar whisky met een fruitige nasmaak. Het zelfgebrouwen drankje is verrassend goed.

Lees ook: 24 uur in Sibiu – de meest fotogenieke stad van Roemenië?

De mannen vertellen in een mix van Engels en Roemeens dat ze gepensioneerde soldaten zijn. Even kijk ik vragend naar Dan.
“Zo oud zijn ze toch nog helemaal niet?” vraag ik.
“Klopt, ze zijn ergens in de 40. Maar in het leger gaan mensen eerder met pensioen. En hebben ze dus genoeg tijd om naar de bergen te gaan.” Nu kan ik me ook wat beter voorstellen hoe de conditie van deze mannen is, in combinatie met al de alcohol.
“Hier, neem wat zacuscă”, en hij schuift me een zakje met een rode saus erin toe. Hij verzekert me dat het vegetarisch is: een spread gemaakt van ui, paprika en aubergine. En na de eerste hap heb ik er een nieuwe verslaving bij.
“Houd wel wat ruimte over, de mannen gaan de steenoven straks aansteken om pizza te maken.” Wie had dat gedacht: pizza eten in de bergen, in the middle of nowhere? Een prima manier om een lange dag af te sluiten.

Wandelen naar de bergrug in Buila-Vânturarita

De volgende dag staan we vroeg op om naar de bergtop van Buila-Vânturarita te klimmen. Laur schenkt bij het ontbijt een shotglaasje van zijn eigen gebrouwen drank. “Hier poetsen wij onze tanden mee”, zegt hij lachend. Vanaf de berghut is het ongeveer 3 uur omhoog wandelen en klimmen. Het merendeel van de spullen laten we in de hut, want daar slapen we vanavond ook weer. Er hangt wat mist rondom een paar bergtoppen, maar verder is het uitzicht fantastisch. We kunnen zelfs de bergen van Fagaras en Bucegi in de verte zien.

De rest van de middag klimmen we over de grillige bergrug. Het weer is perfect en we genieten van de vele uitzichten over de bossen. Geel, groen, rood, bruin: alle herfstkleuren zijn aanwezig. Jammer genoeg moeten we aan het einde van de middag weer naar beneden klimmen, maar ik zou hier nog uren van kunnen genieten.

De schoonbroers komen een uur na ons terug. Ze hebben een flinke wandeling gemaakt en hebben nu zin om friet met knoflooksaus te maken. Als er iets is dat je moet weten over Roemenen is dat ze van knoflook houden. En dus eet ik mijn frietjes in Roemenië inmiddels ook altijd met knoflooksaus. De rest van de avond vullen we met gesprekken en muziek. Ik versta er weinig van, maar ik vermaak me best. Al helemaal als Dan af en toe een vertaling geeft.
“Dit liedje gaat over een man die samen met een hele mooie vrouw is. Hij vergelijkt haar geslachtsdeel met een kachel waar hij geen hout in mag stoppen.” En ik maar denken dat het een vrolijk berglied was.

Afgelegen kloosters in Buila-Vânturarita

De derde dag willen we de wandeling starten door de kloof die van de berghut weer richting de auto gaat. Jammer genoeg is de markering erg slecht en bovendien is alles zeer dichtbegroeid. Hier wandelen lijkt na een uur geen optie meer en dus keren we terug naar de hut. Gelukkig is er een prima back-up plan waarbij we langs de berg en over open velden lopen. En we wandelen ook nog eens langs een ander klooster: Pahomie Monastery. Op de wintermaanden na kunnen mensen hier met de auto komen, maar het is nog steeds behoorlijk afgelegen. Dit klooster heeft bovendien een mooie ligging, in de rotsen.

Wanneer ik naar binnen ga sla ik een doek op mijn haren. Ik zie er eerder uit als een gypsie, maar het is goed genoeg voor de monniken. Toch merk ik dat ze zich oncomfortabel voelen. Door de ligging in de bergen zullen ze ongetwijfeld weinig vrouwen zien. Zo veel vrouwen zie ik doorgaans namelijk niet in de bergen van Roemenië. Ik probeer zo onopvallend mogelijk door het kloostercomplex te wandelen. Het is interessant hoe deze mensen hun hele leven wijden aan deze plek in de bergen. Helemaal gewijd aan dit klooster in de bergen, ver weg van alles. Al wandelen ze soms wel naar het nabijgelegen dorp, om boodschappen in te slaan. We volgen een van de monniken op de voet, terug richting de auto. Ja, de kloosters maken een wandeling in Buila-Vânturarita zeker extra interessant.

Voor mijn tijd in Roemenië had ik nog nooit van Buila-Vânturarita Nationaal Park gehoord, maar inmiddels is het een van mijn favoriete plekken in het land! Door de diversiteit aan kloosters, kloven, bossen en bergen is het voor natuurliefhebbers erg leuk om hier een paar dagen door te brengen. Ik zou je wel aanraden om met een gids te gaan, want Buila-Vânturarita is een van die Roemeense natuurparken waar je amper Engelstalige informatie over kunt vinden en bovendien missen er regelmatig markeringen voor de wandelroutes. En als je weinig ervaring hebt met wandelen in de bergen is een gids sowieso erg fijn én veilig.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Outdoor Activities in Romania. Meer informatie over samenwerkingen vind je hier.

Reacties via Facebook account

comments