De weg en mezelf kwijt in Camaguëy, Cuba

Ik voel me als een slapende vulkaan, die op het punt staat om dood en verderf te zaaien. Oké, overdrijven is ook een kunst, maar ik zit in Camaguëy niet lekker in mijn vel. Inmiddels ben ik bijna een maand in Cuba en alle kleine ergernissen hebben zich langzamerhand opgestapeld. Door de aansluiting van mijn bus moet ik tien uur doorbrengen in deze Cubaanse stad. Eens kijken wat de dag me gaat brengen.

Ik laat mijn spullen achter in een casa particular in het centrum. “Alleen de spullen, ik slaap niet hier want ik ga vanavond naar Santiago de Cuba”, zegt ik duidelijk articulerend en voor de vierde keer tegen de jongen die me de weg wijst. Hij knikt nog eens. Mooi. Zo paranoïde als ik inmiddels ben geworden tast ik de intenties van ieder individu af. Bewijs eerst maar je onschuld is mijn nieuwe motto. Niemand is meer veilig voor mijn vijandige houding. Het maakt me moe. Ik maak mezelf moe.

Geen ruimte voor begrip

“Geef me alsjeblieft wat geld. Ik moet een baby voeden!”, jammert een vrouw op straat wanhopig. Dan had je maar moeten zorgen dat je geen kind kreeg als je er niet voor kunt zorgen, denk ik cynisch. Ik weet dat mijn gedachten op dit moment nergens op slaan. Dat ik geen idee heb hoe het is om te leven met bijna niets. Om je continu zorgen te moeten maken of je wel eten kunt kopen voor jezelf en je kind. Maar op dit moment is er geen ruimte voor begrip. “No entiendo”, is mijn vaste antwoord vandaag.

“Heb je een taxi nodig? Ik kan je door de stad rijden!”
“Nee, bedankt.”
“Lopen is zwaar, zeker nu met die sterke zon. Ik rijd je graag rond hoor.”
“Ik vind het prima om te lopen.”
“Voor slechts 5 CUC rijd ik je rond in…”
“IK ZEI TOCH NEE!”
Ik schrik van mijn eigen felheid. De jongen krijgt alle opgekropte irritaties tegenover de zogenoemde jineteros – Cubanen wiens levenstaak het is om je geld af te troggelen – over zich heen.

camaguey-cuba

Wie betaalt die koffie?

Een uur en twee huwelijksaanzoeken later besluit ik om me terug te trekken op een Wi-Fi pleintje. Even raaskallen tegen m’n familie. Het helpt. Lezen ook. Ik open een e-book op mijn telefoon en voordat ik het in de gaten heb zijn er zo twee uren verstreken. “Pssst”. Ik reageer niet. “Pssst. Pssssst.” Wat moet die gast? “Psssst!” Als blikken konden doden had ik inmiddels in een Cubaanse gevangenis gezeten. “Sorry, ik zie dat je aan het lezen bent, maar ik wilde vragen of je een aansteker hebt.” Door mijn hoofd spookt de vraag waarom deze jongen wel sigaretten heeft, maar geen aansteker. “Ik heb de mijne zojuist aan een vriend gegeven.” Er verschijnt een mysterieuze glimlach op zijn gezicht, alsof hij mijn gedachten kan lezen.

Alex spreekt goed Engels en dat feit bevalt me niet. Waarom zou hij Engels spreken als hij geen mensen wil bedonderen? Gek genoeg laat ik me toch overhalen om een rondje door de stad te lopen. “Moet je niet werken?”, vraag ik achterdochtig. Hij legt uit dat veel mensen in Cuba in de ochtend werken. Vaak zo’n vier uur per dag. Ik houd een kruisverhoor en stel de meest brutale vragen. Waarom willen Cubaanse jongens bijvoorbeeld zo graag met buitenlandse meisjes aanpappen?
“We moeten aan onze toekomst denken. Iedereen in Cuba. Wie met een buitenlander trouwt heeft veel meer mogelijkheden. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de rest van de familie.” Hij is er eerlijk over en dat bevalt me wel.

“Want dat is wat jineteros doen: ze laten je overal de hoofdprijs betalen, voor alles”

Ik ben nog meer verbaasd als we ergens gaan zitten en hij een kop koffie voor me koopt. Ik had me er namelijk al op ingesteld om een tirade te houden omdat ik weiger het tiendubbele voor een kop koffie te betalen. Want dat is wat jineteros doen: ze laten je overal de hoofdprijs betalen, voor alles. Maar niets is nu minder waar. We lopen nog een tijdje rond. Alex zegt niks over mijn vijandige houding die langzaamaan omslaat in een open vriendelijkheid. Als we afscheid nemen geeft hij me een high-five. Ik ben enigszins verbouwereerd, hij ziet het aan mijn gezicht. “Ik hoop dat ik het vanmiddag goed heb kunnen maken voor eventuele slechte ervaringen die je in Cuba hebt gehad.”

camaguey-cuba

Over de rug van anderen

De schemer zet in en Camaguëy voelt nog meer dan eerst als een doolhof. Dit blauwe huis heb ik heb toch al eens gepasseerd? Waar is de top van die kerk nou ineens gebleven? Terwijl ik door de straten dwaal stel ik me voor hoe piraten hier – net als ik – eeuwen geleden voor de gek werden gehouden. De kronkelende straatjes en doodlopende steegjes gaan niet samen met mijn logica. Want dat is waarom Camaguëy zo is gebouwd: om de mensen in de stad vroeger tegen piraten te beschermen.

Tijdens de wandeltocht naar mijn spullen krijg ik slechts één liefdesverklaring. Van Giovanni, een slungelige man die oude koloniale huizen in alle kleuren van de regenboog schildert. Dankzij Alex’ eerdere positieve energie kan ik weer om dit soort situaties lachen. Ik klop aan bij het huis waar ik die middag mijn spullen heb achtergelaten. Ik pak mijn spullen en geef de vrouw wat geld. Zij en haar man kijken me verbaasd aan.

“Waarom ga je weg? Vind je het geen mooie casa?”, vraagt ze ernstig. Het is een prachtig huis, maar waarom zou ik hier slapen als ik vanavond met de bus naar een andere stad reis? De man laat zijn hoofd in zijn handen vallen en de vrouw kijkt verbouwereerd naar het geld in haar hand. Ze legt uit dat de jongen had gezegd dat ik hier zou blijven slapen. Nu lopen ze mogelijke inkomsten mis, want het is inmiddels te laat om nog nieuwe gasten te verwachten. Ze heeft de jongen zelfs een commissie betaald. Dat doet ze altijd als iemand nieuwe gasten naar haar huis brengt.

“Zou dit een teken zijn dat ze begrijpt dat ik niet in dit vreemde complot betrokken ben?”

Ik heb te doen met het oude stel. Ik verontschuldig me op iedere mogelijke manier die ik in het Spaans kan verzinnen voor deze miscommunicatie, alhoewel de ware schuldige ontbreekt in de ruimte. De vrouw neemt mijn gezicht tussen haar handen en geeft me een kus op mijn voorhoofd. Zou dit een teken zijn dat ze begrijpt dat ik niet in dit vreemde complot betrokken ben? Met een vervelende nasmaak vertrek ik. Cuba is prachtig. Fascinerend. Authentiek. Uniek. Maar het is ook een land dat me emotioneel volledig uitput. Dat me aan mezelf en mijn intuïtie laat twijfelen. Dat mijn mensenkennis keer op keer op de proef stelt. Dat mijn beste, maar ook mijn slechtste kanten naar boven laat komen.

camaguey-cuba

Ik wil jullie met dit artikel alles behalve bang maken om naar Cuba te vertrekken. Cuba is namelijk zeker een bezoek waard! De meeste mensen zijn onwijs lief en hebben goede bedoelingen. Maar ik denk dat dit artikel wel aansluit op mijn eerste dagen in Havana, waar ik – zonder het in de gaten te hebben – op een date was met een Cubaan. Nergens in Midden-Amerika heb ik zo veel moeite gehad met het aftasten van de intenties van de lokale bevolking. Maar ik ben ook benieuwd naar de ervaringen van anderen, dus deel ze vooral via een reactie hieronder of een persoonlijk berichtje!

Reacties via Facebook account

comments